|
Jetzt geht’s los! Van onze correspondent uit Duitsland - 2 Eindelijk, ook het Duitse waterpoloseizoen is begonnen. Ik ben ingedeeld als scheidsrechter in de SSV (de Zuid-Duitse 2. Bundesliga). Met uitzondering van de 1. Bundesliga wordt de competitie ingedeeld in regio’s, omdat Duitsland net een stukje groter is dan Nederland. Desondanks zijn de reisafstanden nog vele male groter dan in Nederland. Een wedstrijd in deze regio kan in München plaatsvinden, maar ook in Koblenz, Kassel, Frankfurt of Trier. Dus die afstanden zijn niet te vergelijken met de afstanden die ik uit Nederland ken. De vergoedingen zijn veel beter dan in Nederland. Per kilometer 30 cent, als gecarpoold wordt nog 3 cent extra voor de chauffeur. En een wedstrijdvergoeding tussen 31 en 60 Euro per wedstrijd, afhankelijk van de reisafstand. Deze vergoedingen worden opgehoest door de deelnemende clubs. Het inschrijfgeld plus de bijdrage voor de scheidsrechterskas liggen voor de teams in deze klasse net boven 3000 Euro per seizoen. In september hebben we een tweedaags scheidsrechterscongres bij moeten wonen. Tijdens dit congres heb ik mijn collega-scheidsrechters leren kennen die in deze afdeling actief zijn. Met ongeveer 35 mensen wordt deze klasse bemenst. Ook enkele 1. Bundesliga scheidsrechters waren hierbij aanwezig. Naast de eigen klasse kan ik ook worden ingedeeld in de klasse hieronder, de 1. Oberliga, die georganiseerd wordt door de waterpolobonden van de diverse Bundesländer die tot de SSV behoren, namelijk: Beieren, Baden-Würtemberg, Saarland, Rijnland Pfalz en Hessen. In Duitsland worden de gewijzigde internationale spelregels niet direct doorgevoerd. Dus geen geren van de 5-Meter naar de middellijn voor de inworp. Geen gele kaarten voor spelers in het water. Niets van dat alles. Dat moet eerst worden goedgekeurd in de ledenvergadering. Pas medio november worden de eerste wedstrijden gespeeld. De eerste wedstrijd waar ik actief was werd in Wiesbaden gespeeld. Dat is voor mij relatief dichtbij, slechts 78 kilometer enkele reis. Het was een bekerwedstrijd in de SSV. Een uur voor de wedstrijd worden we geacht aanwezig te zijn. Met mijn collega, de nieuwbakken international Marcella Mauss, had ik voor de wedstrijd al contact (even gemaild, telefoonnummers uitgewisseld voor noodgevallen, zoals afgesproken in de gedragscode voor scheidsrechters). Bij aankomst in het zwembad vertelde Marcella dat bij bekerwedstrijden (zoals deze avond) de vereniging de onkostenvergoeding voor aanvang van de wedstrijd contant af te rekenen was met de thuisclub. Of ik een declaratieformulier had ingevuld. Natuurlijk niet, wie verwacht dit nu? Zij had dit al bedacht, en dus een formulier extra meegebracht. Fijn, zo’n meedenkende collega. Even rekenen (2x78 km plus 40 Euro voor de wedstrijd) leverde een bedrag op van 86,50 Euro. Handje-kontantje. Dat is nog eens boter bij de vis. De wedstrijden duren hier allemaal 4 x 8 minuten. Met een 5-minuten pauze tussen het 2e en 3e part. Ook in het zwembad van ‘slechts’ 25 meter waren de doelen beduidend dieper dan we in de meeste Nederlandse zwembaden tegen komen. De spelers startten met de benen tegen de kant, maar de handen los van de rand. Effe wennen. Ook even wennen was het fluiten voor de corner. Niet wachten tot de bal de kant raakt, want als het doel 60 cm. diep is komt de bal al over de achterlijn voordat de kant bereikt is. Verder is het spel, het spel. In onze korte besprekingen tussen de partjes kwamen we al snel tot de conclusie dat de Nederlandse fluitstijl niet zo erg afwijkt van de Duitse. De midvoor-midachter duels mogen nog wel langer doorgaan. Ook wordt de midvoor nooit met een U20 bestraft voor vasthouden of iets dergelijks. Dit is hier een gewone aanvallende fout. Pas bij geweld wordt ook in die situaties harder opgetreden. Een waterpoloavond zoals we in Nederlandse zwembaden veel zien, van 17.00 tot 22.00 uur non-stop wedstrijden, komt hier zelden voor. De verenigingen zijn veel kleiner, waterpolo is niet zo populair. En Hessen, waar ik woon, is zeker geen walhalla van het waterpolo. Eén enkele wedstrijd werd er gespeeld deze zaterdag. Marcella en ik hebben vooraf over de verschillen tussen de Nederlandse en Duitse gewoonten gesproken. Zoals bijvoorbeeld de controle van de spelerskaarten. In Duitsland worden de spelerskaarten bij de jurytafel gebracht. Daar wordt de controle gedaan door scheidsrechters. Zijn de kaarten geldig, ondertekend etc.? Ook dient een trainerslicentie getoond te worden. Een trainer kan alleen dan als trainer/coach aangemerkt worden als hij een licentie heeft. Zonder licentie heeft hij niet de rechten die bij de positie van coach horen.De koppen vergelijken met de kaarten? Pas als iemand opvalt en er het vermoeden bestaat dat diens gezicht niet tussen de spelerskaarten zat. Nagelcontrole? Wordt pas dan gedaan als er spelers klagen over krabbelen. Hoezo Duitse degelijkheid? Het wedstrijdformulier is ook zo iets. Namen van spelers en geboortejaar komen op het formulier, geen persoonlijke startnummers (hoe zou dat werken bij tweelingen met een zelfde voorletter?). Naast de gebruikelijke overtredingen, doelpunten en time-outs worden ook de treffers per speler genotuleerd. Daarmee heeft het bondsbureau minder werk bij de topscorelijsten. Al met al een heel gezoek voor mij, nadat ik ruim 20 jaar in Nederland actief te zijn geweest aan onze gewoonten en formulieren gewend was. Volgende week weer een wedstrijd. Op donderdagavond. Want omdat waterpolo een kleine sport is, wordt niet altijd in het weekend gespeeld. Tijdens een trainingsavond worden veel wedstrijden afgewerkt. In december moet ik daarom maar een dagje vrij nemen. Even op en neer naar Trier (ruim 200 kilometer enkele reis) en op vrijdagavond om 20.00 uur fluiten. Dat kan met de drukte op de Duitse autobanen niet gewoon even na kantoortijd afgehandeld worden. Daarvoor moet ik om een uur of drie uiterlijk wegrijden. Gelukkig heb ik hier meer vakantiedagen dan in Nederland. We zijn gestart….... Jetzt geht’s los! Hartelijke sportgroeten,Anita Eshuis |